Rb. 's-Gravenhage 3 april 2002, ECLI:NL:RBSGR:2002:AE1400

Hoorplicht / Tsjetsjenië / traumatabeleid. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat de gestelde problemen van eiser in Tsjetsjenië verband houden met een strafrechtelijke vervolging vanwege een commuun delict. Volgens verweerder zou niet zijn gebleken van een onevenredig zware bestraffing noch van een discriminatoire vervolging naast bestraffing. Volgens zijn verklaring is eiser beschuldigd van misdaden als bedoeld in artikel 52 van het Wetboek van Strafrecht van de Tsjetsjeense Republiek Itsjkerië, te weten het vrijwillig verlenen van diensten aan een staat die door de Tsjetsjeense Republiek tot vijand is verklaard. De rechtbank overweegt dat in het onderhavige geval niet geheel valt uit te sluiten dat mogelijke vervolging wegens dit delict (mede) een politiek karakter zal dragen en deswege valt onder de definitie van vervolging in de zin van het Verdrag en van artikel 15, eerste lid, Vw. Immers Tsjetsjeense rebellen voerden een vrijheidsstrijd tegen de Russische autoriteiten en eiser had als politiefunctionaris de Russische strijdkrachten gediend. Voorts kan naar het oordeel van de rechtbank niet op voorhand worden uitgesloten dat de verkrachting van eiseres in verband kan worden gebracht met de conflictsituatie in Tsjetsjenië en met de omstandigheid dat eiser gehuwd is met een Russische. In de verklaring van eiseres dat haar schoonfamilie met wie eiseres op gespannen voet leefde, een rol zou hebben gespeeld bij de verkrachting, ziet de rechtbank onvoldoende aanleiding voor de veronderstelling dat de Tsjetsjeense autoriteiten niet (mede) de aanzet hebben gegeven voor de verkrachting van eiseres. Hierbij betrekt de rechtbank tevens de verklaring van eiser ter zitting dat hij zijn familie niet tot een zo ernstige daad in staat acht. Op grond van het vorenstaande komt de rechtbank tot de conclusie dat verweerder ten aanzien van eiser niet van het horen had mogen afzien alvorens op het bezwaar te beslissen. Deze conclusie brengt in dit geval gezien de afhankelijkheid van het relaas van eiseres met zich mee dat verweerder evenmin van het horen van eiseres had mogen afzien. Ook de medische informatie die eiseres ter onderbouwing van haar beroep op het traumatabeleid heeft overgelegd, had verweerder aanleiding moeten geven eiseres omtrent de traumatische ervaringen nader te doen horen. Beroep gegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen