Rb. 's-Gravenhage 1 maart 2002, ECLI:NL:RBSGR:2002:AE0895
Besluit / signalering in OPS / opheffing. Eiser is in Nederland veroordeeld voor een drugsdelict en vervolgens door verweerder voor vijf jaar als ongewenst vreemdeling gesignaleerd in het opsporingsregister (OPS). Op 17 april 2000 maakt eiser (voorzover mogelijk) bezwaar tegen deze registratie en verzoekt hij tevens om opheffing ervan. Op 17 juli 2001 deelt verweerder mede dat ter zake van het verzoek tot opheffing het hoofd van de Divisie Centrale Recherche Informatie (CRI) bevoegd is. Het verzoek wordt mitsdien doorgezonden. Eiser stelt beroep in tegen de brief van 17 juli 2001; de aanwijzing tot signalering in het OPS is van verweerder, dus verweerder dient ook op het verzoek om opheffing te beslissen. Volgens verweerder is het bezwaar niet-ontvankelijk, enerzijds omdat de signalering niet op rechtsgevolg is gericht en anderzijds omdat bij de CRI een aparte rechtsgang openstaat. Bovendien is de brief van 17 juli 2001 geen bob waartegen beroep openstaat, zodat sprake is van een beroep tegen het niet tijdig beslissen op het bezwaar van 17 april 2000. Verweerder verzoekt om gegrondverklaring van het beroep, onder niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar met toepassing van artikel 8:72 vierde lid, Awb. De rechtbank is van mening dat niet tijdig op bezwaar is beslist. Het beroep is derhalve gegrond. De rechtbank ziet voorts geen aanleiding het bezwaar niet-ontvankelijk te verklaren. Als de signalering al niet op rechtsgevolg is gericht, is toch in elk geval sprake van een handeling als bedoeld in art. 72, derde lid Vw 2000; De signalering is gebaseerd op het Reglement persoonsregistratie NSIS-vreemdelingen. Voor de tussentijdse opheffing van de signalering bestaat een aparte rechtsgang bij de CRI als beheerder van het register. Het bezwaar van 17 april 2000 richt zich echter niet tegen de weigering tot tussentijdse opheffing, maar tegen de signalering als zodanig, hetgeen een besluit van verweerder is. Er is dus enerzijds sprake van een verzoek om tussentijdse opheffing van de signalering (hetgeen door verweerder terecht is doorgezonden naar de CRI), en anderzijds een bezwaar tegen verweerders aanwijzing tot signalering. Verweerder dient zich hierover nog uit te laten. Beroep gegrond. Verweerder wordt opgedragen binnen zes weken op bezwaar te beslissen.
De uitspraak op rechtspraak.nl