Rb. 's-Gravenhage 21 februari 2002, ECLI:NL:RBSGR:2002:AE0889
Uitgenodigd vluchteling / medische behandeling. Eisers zijn etnische Albanezen, moslim en afkomstig uit Kosovo en zijn als uitgenodigd vluchteling naar Nederland gekomen. Zij kunnen niet terug naar Kosovo in verband met de ernstige medische problemen van hun dochter. Eisers stellen dat de vlucht uit Kosovo werd ingegeven door asielmotieven. De gebeurtenissen in Kosovo in april 1999 waren aanleiding om Kosovo te verlaten en bovendien zijn eisers uitgenodigd om naar Nederland te komen en hier een asielaanvraag in te dienen. Doorslaggevend voor deze uitnodiging was de handicap van hun dochter. Verweerder stond volgens eisers kennelijk op het standpunt dat de handicap asielgerelateerd was. Verweerder staat op het standpunt dat hij de aanvragen kon afwijzen. Er is geen sprake (meer) van vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag. De door eisers gestelde medische problemen van hun kind kunnen niet leiden tot een vtv wegens klemmende redenen van humanitaire aard, nu het verblijfsdoel medische behandeling is. Artikel 15a lid 1, van de Vw beoogt een stroomlijning te bewerkstelligen van de asielprocedure. Dit reguliere motief valt volgens verweerder buiten het bestek van de onderhavige asielprocedure. De rechtbank is van oordeel dat met de invoering van artikel 15a, eerste lid, aanhef en onder a, Vw de wetgever een stroomlijning van de asielprocedure beoogde te bewerkstelligen en tevens bij beoordeling van de aanvraag om toelating als vluchteling ambtshalve de vraag te beantwoord te zien of er aanleiding bestaat voor een vtv op humanitaire gronden. Beoogd werd te voorkomen dat er twee procedures naast elkaar zouden kunnen lopen. Voor de invoering van dit artikel deed de asielzoeker mogelijk zowel een aanvraag voor een vtv wegens klemmende redenen van humanitaire aard als voor toelating als vluchteling. Deze procedures kunnen ook nog eens in tijd uit elkaar gaan lopen. Anders dan verweerder leest de rechtbank in de wetsgeschiedenis niet dat daarmee tevens werd beoogd dat alle met medische aspecten samenhangende problemen, die niet onder het traumatabeleid vallen, slechts in het kader van een reguliere procedure aan de orde kunnen komen. Beroep gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl