Rb. 's-Gravenhage 20 februari 2002, ECLI:NL:RBSGR:2002:AE0294
De omstandigheid dat het verblijf van een vreemdeling ex art. 1b, aanhef en onder 3 Vw (oud) als rechtmatig wordt aangemerkt, rechtvaardigt niet de conclusie dat de vreemdeling beschikt over een door de Staat verstrekte verblijfs- of andere vergunning. In geschil is de vraag of eiser, vreemdeling met Turkse nationaliteit, aanspraak maakt op een bijstandsuitkering ingevolge het bepaalde in art. 26 IVBPR dan wel de artt. 1 en 11 EVSMB. Rechtbank: De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 1 februari 2002 (Nr. C00/090HR) ten aanzien van de reikwijdte van (art. 11 van) het EVSMB het volgende overwogen: "Met betrekking tot vreemdelingen zoals X, die nimmer over een verblijfsvergunning hebben beschikt, maar alleen het land niet behoeven te verlaten zolang op hun verzoek tot toelating nog niet is beslist, bepaalt het verdrag en in het bijzonder art. 11 niets. De omstandigheid dat hun verblijf in Nederland ingevolge art. 1b, aanhef en onder 3, Vreemdelingenwet (oud) als rechtmatig wordt aangemerkt, brengt niet mee dat dit verblijf ook als rechtmatig moet worden aangemerkt in de zin van de art. 1 en 11 van het verdrag. Daartoe is, overeenkomstig het bepaalde in art. 11 van het Verdrag, vereist dat de vreemdeling beschikt over een door de Staat verstrekte verblijfs- of andere vergunning. De omstandigheid dat zijn verblijf ingevolge bovengenoemde bepaling uit de Vreemdelingenwet als rechtmatig wordt aangemerkt, rechtvaardigt niet de conclusie dat de vreemdeling over zulk een vergunning zou beschikken. Aangenomen moet derhalve worden dat het verdrag zelf de verdragsstaten ten aanzien van deze categorie vreemdelingen geen plicht tot bijstandsverlening oplegt." Nu volgens de HR de omstandigheid dat een vreemdeling rechtmatig verblijf houdt op grond van. art. 1b, aanhef en onder 3, Vw niet de conclusie rechtvaardigt dat de vreemdeling hiermee over een verblijfs- of andere soortgelijke vergunning beschikt en het EVSMB zelf de verdragsstaten ten aanzien van deze categorie vreemdelingen geen plicht tot bijstandsverlening oplegt, kan eiser aan het EVSMB geen recht op bijstand ontlenen. Beroep ongegrond. De Commissie Sociale Zekerheid van de gemeente Den Haag, verweerster. mrs. E.J.M. Heijs, A.A.M. Mollee, S.C. Stuhldreher
De uitspraak op rechtspraak.nl