Rb. 's-Gravenhage 1 februari 2002, ECLI:NL:RBSGR:2002:AE0224
Bewaring / schadevergoeding. Eiser, een Marokkaan dan wel Spanjaard, heeft enige tijd na de opheffing van de vreemdelingenbewaring om schadevergoeding verzocht. Ingevolge artikel 106 Vw 2000 kan door de rechtbank schadevergoeding worden toegekend tegelijk met het bevel tot opheffing van de maatregel strekkende tot vrijheidsontneming, danwel indien de maatregel reeds voor de zitting door verweerder is opgeheven. Het verzoek om schadevergoeding dient blijkens de wet gekoppeld te zijn aan het verzoek om opheffing van de bewaring, dan wel uiterlijk gedaan te worden op de zitting naar aanleiding van de maatregel van bewaring. Artikel 89 Wetboek van Strafrecht, dat in het derde lid een termijn geeft van drie maanden na afloop van de zaak waarin nog een verzoek om schadevergoeding kan worden gedaan, is niet van overeenkomstige toepassing verklaard. De regeling uit de REK-uitspraak AWB 95/6472 is niet in artikel 106 Vw 2000 verwerkt. De rechtbank is van oordeel dat een verzoek om schadevergoeding slechts gecombineerd met een beroep gericht tegen de maatregel van de bewaring of ter bewaringszitting kan worden ingediend. Binnen het in de Vw 2000 neergelegde stelsel van rechtsbescherming tegen conservatoire maatregelen bestaat geen ruimte voor een verzoek om schadevergoeding zonder accessoir beroep tegen de onderliggende conservatoire maatregel. Het onderhavige verzoek, gedaan ruim vier maanden nadat de bewaring van de vreemdeling is geëindigd, dient dan ook niet-ontvankelijk te worden verklaard. De gemachtigde kan bij verweerder een zuiver schadebesluit uitlokken. Beroep niet-ontvankelijk.
De uitspraak op rechtspraak.nl