Rb. 's-Gravenhage 14 januari 2002, ECLI:NL:RBSGR:2002:AD9726

Verlenging beslistermijn / voorbereidingshandeling / appellabiliteit. Het verlengen van de beslistermijn in de zin van artikel 42, vierde lid, Vw 2000 vindt in dit geval plaats omdat verweerder ter beoordeling van de inwilligbaarheid van de asielaanvraag van eiseres, een gestelde staatloze, een dactyloscopisch onderzoek door de Oostenrijkse autoriteiten noodzakelijk acht. De beslissing tot verlenging van de beslistermijn is derhalve aan te merken als een procedurebeslissing, genomen in het kader van de voorbereiding van het te nemen besluit op de aanvraag van eiseres. Ingevolge artikel 6:3 Awb is die beslissing in beginsel niet vatbaar voor bezwaar of beroep. Niet gebleken is dat eiseres door de verlenging van de beslistermijn rechtstreeks in haar belang is getroffen. Blijkens de memorie van toelichting bij de Awb is hiervan eerst sprake indien een voorbereidingshandeling op zichzelf reeds voor een of meer belanghebbenden rechtsgevolgen heeft. Het verlengen van de beslistermijn op een aanvraag om toelating kan niet als een dergelijke handeling worden aangemerkt. Hieraan doet niet af dat bij de totstandkoming van de artikel 25 en 42 Vw 2000 er vanuit is gegaan dat tegen een verlenging van de termijn voor het geven van een besluit op een aanvraag rechtsmiddelen kunnen worden aangewend (nota naar aanleiding van het verslag TK 1999-2000, 26 732, nr. 7). Indien de wetgever wil afwijken van de systematiek van het recht van bezwaar en beroep zoals neergelegd in de Awb, zal die afwijking in een wettelijke bepaling moeten worden neergelegd. Hiervan is niet gebleken. De rechtbank ziet evenmin gronden de onderhavige beslissing op te vatten als een handeling van een bestuursorgaan ten aanzien van een vreemdeling als zodanig, waartegen ingevolge artikel 72, derde lid, Vw 2000 rechtsmiddelen openstaan. Beroep niet-ontvankelijk.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen