Rb. 's-Gravenhage 16 mei 2001, ECLI:NL:RBSGR:2001:ZA7080
Bewaring / weigeren toegang. De president ziet noch in de Schengenbepalingen, noch in de wettekst van artikel 3 Vw 2000, en evenmin in het Vb 2000 of VV 2000 enige bepaling waaruit kan worden afgeleid dat enkel het vragen van asiel een grond voor weigering van de toegang vormt. Ter zitting is voorts gediscussieerd over de vraag of een andere weigeringsgrond aan de orde is. De discussie heeft zich toegespitst op de vraag of aan een vreemdeling die reeds voordat op zijn verzoek om toegang is beslist, heeft aangegeven asiel te willen aanvragen, in het kader van de toegangsbeoordeling een verdergaande document-eis mag worden gesteld dan het bezit van een geldig paspoort. Het ontbreken van een mvv vormt geen grond voor weigering van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Tegen die achtergrond valt niet in te zien dat - waar in artikel 3, eerste lid, aanhef en onder a Vw 2000 wordt aangegeven dat toegang kan worden geweigerd als het benodigde visum ontbreekt - zou gelden dat aan asielzoekers in het kader van de toegangsbeslissing het mvv-vereiste wordt gesteld. Verweerders uitleg van artikel 2.2. VV 2000 is moeilijk te rijmen met de hogere regeling van artikel 2.3, derde lid Vb 2000. Die uitleg zou er op neerkomen dat de vreemdeling voor een beroep op de vrijstellingsregeling van artikel 2.3 lid 3 Vb, waar het nu juist gaat om vreemdelingen die voor een verblijfsduur van meer dan drie maanden toegang tot Nederland vragen, daarvoor slechts in aanmerking zou komen als hij zich naar Nederland zou begeven voor een verblijfsduur van minder dan drie maanden. Een andere uitleg brengt echter mee dat aan verzoeker de toegang niet mag worden geweigerd. Toewijzing verzoek en bevel tot opheffing maatregel ex artikel 6 Vw 2000.
De uitspraak op rechtspraak.nl