Rb. 's-Gravenhage 14 december 2001, ECLI:NL:RBSGR:2001:AE1762
Witte-illegalenbeleid / Associatieovereenkomst EEG/Turkije. De aanvraag van eiser, een Turk, is afgewezen omdat niet voldaan werd aan voorwaarde acht van TBV 1999/23, waarin wordt gesteld dat geen sprake mag zijn van criminele antecedenten. Eerst ter zitting is een - niet nader onderbouwd - beroep gedaan op Besluit 1/80 bij de Associatieovereenkomst EEG/Turkije. Alhoewel de stelling dat een besluit in strijd is met rechtstreeks werkende bepalingen uit internationale overeenkomsten zoals artikel 6 van Besluit 1/80, in elke stand van het geding naar voren kan worden gebracht, verzet de goede procesorde zich ertegen dat deze stelling thans alsnog inhoudelijk wordt onderzocht, nog daargelaten dat de stukken die zich in het dossier bevinden ontoereikend zijn om er een oordeel over te geven en eiser zijn stelling ook ter zitting niet nader heeft onderbouwd. Indien eiser meent aan artikel 6 van het Besluit 1/80 verblijfsrecht te kunnen ontlenen, dient hij daartoe een nieuwe aanvraag in te dienen. Op grond van artikel 3.71, tweede lid, aanhef en onder f van het Vreemdelingenbesluit 2000 is eiser, indien hij in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning op grond van Besluit 1/80 van de Assocatieovereenkomst EEG/Turkije, vrijgesteld van het vereiste dat hij bij de aanvraag in bezit dient te zijn van een geldige mvv. Beroep ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl