Rb. 's-Gravenhage 29 oktober 2001, ECLI:NL:RBSGR:2001:AE0194

Bewaring / EU-onderdaan. Eiser stelt dat hij hier te lande rechtmatig verblijft als gemeenschapsonderdaan. Nu eiser echter niet in het bezit is van identiteitspapieren die zijn gestelde identiteit en nationaliteit staven, heeft hij niet aangetoond gemeenschapsonderdaan te zijn. Voorts is van belang dat (indien aangenomen dient te worden dat eiser onderdaan van Frankrijk is) evenmin is aangetoond dat eiser op grond van het verdrag een recht heeft om Nederland binnen te komen en er te verblijven. Richtlijn-90/364/EEG van 13 juli 1990, die bepalingen bevat omtrent het verblijfsrecht van onderdanen van de lidstaten die dit recht niet bezitten op grond van andere bepalingen van het gemeenschapsrecht, is op eiser van toepassing. In artikel 3 van Richtlijn-68/360/EEG van 19 oktober 1968, die mutatis mutandis van toepassing is op personen die onder Richtijn-90/364/EEG vallen, is bepaald dat de lidstaten de in artikel 1 bedoelde personen op vertoon van een geldige identiteitskaart of paspoort zonder meer op hun grondgebied toelaten. Nu eiser niet aan deze voorwaarden heeft voldaan, is hij geen gemeenschapsonderdaan in de zin van artikel 8, onder e, Vw 2000. Beroep ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen