Rb. 's-Gravenhage 13 december 2001, ECLI:NL:RBSGR:2001:AD9724

Bevoegdheid / mandaat. Centraal staat de beoordeling van de bevoegdheid om een ondertekeningsmandaat mondeling te verlenen. De betrokken aanwijzingsbeschikking is genomen door 'de directeur van een grenslogies als bedoeld in artikel 3 van het Reglement regime grenslogies'. Zij bevat een onleesbare handtekening met daarbij de aanduiding ‘i.o.v.’. De letteraanduiding wordt gelezen als: in opdracht van. Bij een beslissingsmandaat wordt in het algemeen de aanduiding 'voor deze' of 'namens deze' gebezigd. Nu deze aanduiding niet is gebruikt is er sprake van een ondertekeningsmandaat. Een ondertekeningsmandaat kan mondeling worden verleend. Beroep ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen