Rb. 's-Gravenhage 1 november 2001, ECLI:NL:RBSGR:2001:AD9287
Mvv-vereiste / hardheidsclausule. De aanvraag om een verblijfsvergunning van eiser, een Ghanees, is door verweerder buiten behandeling gesteld wegens het ontbreken van een geldige mvv. Hoewel het ontbreken van een mvv onder de Vw 2000 een afwijzingsgrond in plaats van een wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van een aanvraag is, brengt het karakter van het besluit naar het oordeel van de president met zich mee dat verweerder na heroverweging van dat besluit kan volharden bij het niet in behandeling nemen. Immers, met het nemen van het besluit om een aanvraag buiten behandeling te laten, komt in beginsel een einde aan het besluitvormingstraject. Dat door wetswijziging het ontbreken van een mvv niet langer een grond is voor een besluit om de aanvraag niet te behandelen, is niet een wijziging die bij de heroverweging ingevolge artikel 7:11 Awb bij het nemen van de beslissing op bezwaar in aanmerking moet worden genomen. Voor de beoordeling van het beroep is derhalve bepalend of verweerder in redelijkheid heeft kunnen weigeren de bij het mvv-vereiste behorende hardheidsclausule toe te passen. Naar het oordeel van de president heeft verweerder onvoldoende gemotiveerd waarom de omstandigheden van dit geval geen aanleiding vormden om gebruik te maken van de hardheidsclausule. De president neemt daarbij in aanmerking de onredelijk lange duur van de legalisatieprocedure, het feit dat referente in die procedure uiteindelijk in het gelijk is gesteld en de omstandigheid dat referente alle mogelijke rechtsmiddelen heeft ingesteld tegen het uitblijven van een beslissing op haar aanvraag om legalisatie en verificatie van haar geboorteakte, in combinatie met het feit dat zij ook via civiele procedures heeft getracht om aan de benodigde papieren te komen om te kunnen huwen. Beroep gegrond, toewijzing verzoek.
De uitspraak op rechtspraak.nl