Rb. 's-Gravenhage 20 december 2001, ECLI:NL:RBSGR:2001:AD9031

Terugvordering van in de vorm van een geldlening verstrekte bijstand vindt eerst plaats nadat de aan de bijstandsverstrekking verbonden verplichtingen zijn geconcretiseerd en vastgelegd, betrokkene in staat is gesteld aan die verplichtingen te voldoen en hij deze niet/niet behoorlijk is nagekomen. Terugvordering van bijstand in de vorm van geldlening. In het toekenningsbesluit is niet aangegeven hoe eiseres de geldlening diende af te lossen en er zijn geen stukken waaruit blijkt dat eiseres langs andere weg opheldering is verschaft over m.b.t. de wijze van terugbetaling op haar rustende verplichtingen. Artikel 83, eerste lid Abw verzet zich in die situatie tegen terugvordering van de op grond van artikel 82 aanhef, onder a Abw verleende bijstand in de vorm van een geldlening. In deze vorm van bijstandverlening ligt besloten dat men verplicht is tot terugbetaling van de betaalde leenbijstand en dat, mede uit een oogpunt van zorgvuldigheid en rechtszekerheid, van het bevoegde bestuursorgaan mag worden verlangd dat in het toekenningsbesluit duidelijkheid wordt verschaft over de precieze condities waaronder de leenbijstand wordt verstrekt, waarvan voorwaarden met betrekking tot de wijze van terugbetaling van de geldlening een onmisbaar bestanddeel vormen. Verweerster moet bedoelde verplichtingen voor eiseres alsnog concretiseren en vastleggen, waarna eiseres in staat moet worden gesteld aan deze verplichtingen te voldoen. Eerst indien eiseres die verplichtingen niet nakomt, dient verweerder op grond van de dwingende bepaling van artikel 83, eerste lid Abw over te gaan tot terugvordering van de aan haar toegekende leenbijstand. Beroep gegrond. De Commissie Sociale Zekerheid Den Haag, verweerster. mr S.C. Stuldreher

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen