Rb. 's-Gravenhage 26 november 2001, ECLI:NL:RBSGR:2001:AD9007
Schorsing van militair vervalt niet van rechtswege na het verstrijken van de termijn van drie maanden. Rechtszekerheid dient richtsnoer te zijn bij verlenging schorsing. Verlenging schorsing militair. Een schorsing vervalt niet van rechtswege na het verstrijken van de termijn van drie maanden, bedoeld in 37.1 AMAR. Nu een opheffingsbesluit door de commandant nooit is genomen, is de schorsing in rechtspositionele zin niet opgeheven, waardoor verweerder bevoegd was de schorsing te verlengen. Bij de verlenging van een schorsing dient het rechtszekerheidsbeginsel richtsnoer te zijn in die zin dat de duur van de verlenging dient te worden gerelateerd aan de naar verwachting benodigde termijn voor nader onderzoek, nadere besluitvorming over een eventueel ontslag, het horen van belanghebbende in dat kader e.d. Vanuit oogpunt van rechtszekerheid is het niet aanvaardbaar dat de schorsing voor onbepaalde tijd wordt verlengd, waardoor belanghebbende voor onbepaalde tijd in onzekerheid zal verkeren over zijn toekomst, en waardoor er geen prikkel bestaat voor het voortvarend afwikkelen van het dossier. Het feit dat het ontslag reeds was meegedeeld doet daar niet aan af. Beroep gegrond. Rechtsgevolgen besluit blijven in stand. De Staatssecretaris van Defensie, verweerder. mr. J.W. Sentrop (president)
De uitspraak op rechtspraak.nl