Rb. 's-Gravenhage 26 november 2001, ECLI:NL:RBSGR:2001:AD8028
Overgangsrecht / beroep niet tijdig beslissen. Eiser heeft op 27 december 2000 een asielaanvraag ingediend. Op deze aanvraag is niet binnen de daartoe in artikel 15e, eerste lid, Vw gestelde termijn van zes maanden beslist. Eiser heeft bij beroepschrift van 30 juli 2001 beroep aangetekend bij de rechtbank tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag. Met betrekking tot de vraag of dit beroep ontvankelijk verklaard kan worden of dat eiser eerst een bezwaar tegen de fictieve weigering had moeten indienen, overweegt de rechtbank als volgt. Eerst na de inwerkingtreding van de Vw 2000 is de termijn verstreken waarop op de aanvraag van eiser beslist had moeten zijn ingevolge artikel 15e, eerste lid, Vw, zodat eerst dan een rechtsmiddel tegen de zogenaamde fictieve weigering ingesteld had kunnen worden. De Vw 2000 heeft als uitgangspunt onmiddellijke werking. Ingevolge artikel 80 Vw 2000 wordt de bezwaarfase zoals neergelegd in artikel 7:1 Awb in procedures waarin de Vw 2000 van toepassing is, uitgesloten. Dit brengt met zich dat eiser terecht geen bezwaar heeft ingediend tegen het niet tijdig beslissen van verweerder. Omdat het beroepschrift tevens niet onredelijk laat is ingediend, kan eiser in zijn beroep worden ontvangen. Beroep gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl