Rb. 's-Gravenhage 1 oktober 2001, ECLI:NL:RBSGR:2001:AD7599

FRJ / dienstweigering / toetsingsmoment. Verzoekers stellen in aanmerking te komen voor toelating als vluchteling. Verzoeker heeft geen gevolg gegeven aan een oproep voor reservist, omdat hij niet wil deelnemen aan de oorlog in Kosovo, nu deze in strijd is met de mensenrechten. De president deelt niet de opvatting van de gemachtigde van verzoekers dat ingevolge artikel 3.103 Vb 2000 voor de beoordeling van de aanvraag het moment van de indiening daarvan bepalend is. Genoemd artikel heeft gelet op de plaats in het Vb 2000 en de nota van toelichting betrekking op de aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning regulier. De aard van de beslissing op een aanvraag om toelating als vluchteling brengt met zich dat daarbij worden betrokken de feiten en omstandigheden ten tijde van het nemen van de beslissing op de aanvraag. In het kader van de beoordeling van de verzoeken om een voorlopige voorziening betekent dit dat een thans te nemen beslissing op bezwaar in ogenschouw dient te worden genomen. In dit verband is het volgende van belang. Het beleid van verweerder met betrekking tot de beoordeling van asielaanvragen van dienstweigeraars en deserteurs uit de Federatieve Republiek Joegoslavië is thans neergelegd in TBV 2001/14, die geldig is van 11 mei 2001 tot 11 mei 2003. De hierin neergelegde wijziging van het beleid van verweerder is terug te voeren op gewijzigde omstandigheden in de FRJ en dan in het bijzonder het van kracht worden van een amnestiewet op 3 maart 2001. Ingevolge deze amnestiewet wordt amnestie verleend aan onder meer personen die in de periode tot 7 oktober 2000 misdrijven tegen de strijdkrachten hebben begaan - dan wel verdacht worden te hebben begaan - zoals omschreven in de artikelen 202, 214, 215, 217, 218 en 219 van het Wetboek van Strafrecht van de FRJ. Verzoeker stelt te worden verdacht van overtreding van artikel 214, dat (onder meer) ziet op het niet voldoen aan een oproep voor de militaire dienst. Uit het ambtsbericht inzake de situatie in de FRJ van juli 2001 blijkt dat de amnestiewet ook daadwerkelijk ten uitvoer wordt gelegd. Gelet hierop is de president van oordeel dat verzoeker thans geen vervolging heeft te duchten in verband met de gestelde dienstweigering. Gelet hierop kan in het midden blijven of de door verzoeker overgelegde oproep authentiek is, en zo ja, of verzoeker dan op grond van Werkinstructie 234 als vluchteling zou zijn toegelaten. Bezwaar ongegrond, afwijzing verzoek.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen