Rb. 's-Gravenhage 27 november 2001, ECLI:NL:RBSGR:2001:AD7166
AC-procedure / uitreiking rapport nader gehoor. De president deelt niet de stelling van verzoekster, afkomstig uit de DRC, dat verweerder, door een afschrift van het nader gehoor overeenkomstig hoofdstuk C3/12.9 Vc 2000 pas tezamen met het voornemen uit te reiken, in strijd heeft gehandeld met artikel 3:111 Vb 2000 en dat verzoekster hierdoor in haar procesbelang zou zijn geschaad. Artikel 3:111 Vb 2000 bevat de woorden 'zo spoedig als mogelijk', derhalve een term die in beleidsregels geconcretiseerd mag worden. Verweerder heeft in hoofdstuk C3/12.9 Vc 2000 dergelijke beleidsregels neergelegd. Verzoekster, die zich beklaagde over vermoeidheid in het AC, heeft niet kunnen aangeven wat haar concrete belang was bij het terstond na het nader gehoor uitreiken van een afschrift van het nader gehoor, derhalve voordat het voornemen gereed was en uitgereikt zou worden. Indien het louter zou gaan om de fitheid van verzoekster is de president van oordeel dat het belang van verzoekster er veeleer bij gebaat is dat zij enige rust krijgt tussen het nader gehoor, dat enige tijd pleegt te duren, en de bespreking van het rapport van het nader gehoor met een tolk en een rechtshulpverlener. Het beleid wordt niet onredelijk geacht. Er is geen sprake van strijd met artikel 3:111, tweede lid, Vb 2000. Beroep ongegrond, afwijzing verzoek.
De uitspraak op rechtspraak.nl