Rb. 's-Gravenhage 20 september 2001, ECLI:NL:RBSGR:2001:AD7076

Sierra Leone / verlenging vvtv. De weigering de met ingang van 11 september 1995 verleende (en laatstelijk tot 11 september 1997 verlengde) vvtv te verlengen is terecht, nu verweerder van oktober 1996 tot 1 december 1997 niet gehouden was vvtv-beleid te voeren. Er is geen recht op vergunning op grond van artikel 13a Vw nu eiser, afkomstig uit Sierra Leone, slechts twee achtereenvolgende jaren in het bezit van een vvtv is geweest. Dat eiser, achteraf bezien, gelet op REK-uitspraken van 1 februari 2000 vanaf 1 december 1997 recht had op een vvtv maakt dat niet anders. Van drie achtereenvolgende jaren als bedoeld in artikel 13a Vw is geen sprake en de rechtbank ziet geen ruimte voor het oordeel dat verweerder in afwijking van deze wettelijke bepaling een vergunning had dienen te verlenen. Voorzover verweerder gehouden was eiser in de onderhavige procedure ambtshalve een vvtv te verlenen op grond van het sinds 1 december 1997 gevoerde vvtv-beleid, kan dit eiser in de onderhavige procedure geen verblijfsvergunning op grond van artikel 13a Vw opleveren, reeds nu hij alsdan ten tijde van het bestreden besluit niet gedurende drie achtereenvolgende jaren in het bezit van een vvtv zou zijn geweest. De rechtbank komt dan ook in deze procedure niet toe aan de door eiser opgeworpen vraag of verweerder dit nieuwe vvtv-beleid met ingang van 3 januari 2000 heeft kunnen beëindigen. Voorts bestaat geen recht op een vergunning op grond van het driejarenbeleid. Beroep ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen