Rb. 's-Gravenhage 24 augustus 2001, ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6892
Somalië / clanloos / vvtv-beleid. Blijkens de brief van verweerder aan de voorzitter van de Tweede Kamer van 20 november 1998 is het door verweerder gevoerde beleid ten aanzien van vvtv-verlening aan Somaliërs (nog steeds) gebaseerd op de mogelijkheid tot bescherming op clanniveau dan wel clanfamilieniveau in een (relatief) veilig deel van Somalië. De rechtbank ziet niet in dat juist voor minderheden, waarvan - gelet op de eerdergenoemde amtsberichten - niet in geschil is dat zij ten opzichte van andere Somaliërs een kwetsbare positie innemen in de Somalische samenleving, het beschermingaspect wordt losgelaten terwijl dit voor de overige groepen wordt gehandhaafd. Uit het ambtsbericht van de minister van Buitenlandse Zaken van 16 februari 2000 blijkt bovendien dat de positie van clanlozen, waaronder de Yibir, in het noorden nog kwetsbaar is. Voorts blijkt uit het ambtsbericht in een individuele zaak van 5 december 2000, overgelegd door verweerder bij diens brief van 26 juli 2001, dat een andere groep clanlozen, de Madhiban, afkomstig uit Mogadishu en de provincies Bay en Bakool veiligheidsproblemen ondervinden in de ontheemdenkampen rondom Bosasso. Zo zijn er Madhiban afgeranseld en neergeschoten. In reactie hierop heeft verweerder onder meer tijdens het onderzoek ter zitting van de bij het verweerschrift gevoegde uitspraak van de meervoudige kamer van de rechtbank Zwolle van 19 april 2001, AWB 00/6191 aangegeven en in casu ter zitting bevestigd naar aanleiding van die informatie een pas op de plaats te hebben gemaakt ten aanzien van deze groep van Midgans. Naar aanleiding van de vragen van de rechtbank hieromtrent heeft verweerder in de brief van 26 juli 2001 onvoldoende uitsluitsel kunnen geven over de betekenis van dit pas-op-de-plaatsbeleid. Niet gemotiveerd is ten gevolge waarvan leden van de Madhiban-bevolkingsgroep uit Mogadishu of de provincies Bay en Bakool wel veiligheidsproblemen ondervinden en leden van andere groepen clanlozen, afkomstig uit hetzelfde gebied, niet eenzelfde lot beschoren is. Dit klemt te meer daar in het ambtsbericht van 5 december 2000 is gesteld dat - zonder uitzondering - de minderheidsgroepen nog te maken hebben met discriminatie. Beroep gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl