Rb. 's-Gravenhage 24 juli 2001, ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6704
AC-procedure / procesbeslissing. De president is van oordeel dat de proces- of AC-beslissing als bedoeld in hoofdstuk C3 Vc 2000 een voorbereidingsbeslissing is in de zin van artikel 6:3 Awb. Deze beslissing treft de vreemdeling, in casu een Guinees, niet los van het te nemen besluit in zijn belang en kan zonder bezwaar aan de orde komen bij de beoordeling van het uiteindelijke besluit. De procesbeslissing heeft rechtsgevolg en is aan te merken als een besluit in de zin van artikel 1:3 Awb, nu verzoeker als gevolg van de procesbeslissing geen aanspraak meer had op de wachttijd van zes dagen ex artikel 3.111, eerste lid, Vb 2000. Het besluitkarakter van de beslissing brengt mee dat deze gemotiveerd aan de vreemdeling moet worden meegedeeld. In casu is niet van een gemotiveerde beslissing gebleken. De vraag of hieraan consequenties moeten worden verbonden kan aan de orde komen bij de rechterlijke beoordeling van het besluit op de asielaanvraag. Een eventueel gebrek in de motivering van die beslissing hoeft niet te leiden tot vernietiging van het bestreden besluit indien achteraf blijkt dat er sprake was van feiten en omstandigheden die de conclusie rechtvaardigen dat de wijze van afdoening voldoende zorgvuldig is geweest. Beroep ongegrond, afwijzing verzoek.
De uitspraak op rechtspraak.nl