Rb. 's-Gravenhage 4 september 2001, ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6657

Somalië / Galgale / vvtv / gezinshereniging. Ten aanzien van de intrekking van de vvtv van eiseres heeft de rechtbank 's-Hertogenbosch reeds overwogen in uitspraak AWB 99/1526 dat de thans namens verweerder aangehaalde en overgelegde stukken geen uitsluitsel bieden over de vraag of de Darod-Majerteen daadwerkelijk bescherming zullen bieden aan de leden van de Galgale-clan. De door verweerder gegeven reactie op de heropening - geeft naar het oordeel van de rechtbank geen aanleiding om tot een ander oordeel te komen. Het door verweerder ingenomen standpunt De Majerteen de Galgale hebben geaccepteerd als Majerteen, hoewel de Galgale in hun ogen minderwaardig blijven kan de rechtbank er niet van overtuigen dat bescherming kan worden verondersteld. Geenszins duidelijk is waarom de Galgale - die als minderwaardig worden beschouwd - op een gelijke bescherming kunnen rekenen als de Majerteen. Evenzeer acht de rechtbank de opvatting dat Galgale die zich als verwant aan de Darod-Majerteen beschouwen zich naar verwachting veilig in de woongebieden van de Darod-Majerteen in Puntland kunnen vestigen onvoldoende inzichtelijk. Hierbij houdt de rechtbank er rekening mee, zoals verweerder overigens zelf aangeeft in zijn reactie van 9 mei 2001, dat het van de situatie afhangt of diegene op wie een beroep wordt gedaan zich geroepen voelt de gevraagde steun te verlenen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder onvoldoende duidelijk gemaakt dat van de Galgale een clanrelatie met één van de Noord-Somalische clans kan worden verondersteld. Het beroep gericht tegen de intrekking van de vvtv is derhalve gegrond. In het kader van artikel 8 EVRM heeft verweerder in het bestreden besluit groot belang gehecht aan het ontbreken van objectieve belemmeringen om het gezinsleven in het land van herkomst uit te oefenen. Gezien hetgeen door de rechtbank echter is geoordeeld ten aanzien van het beroep gericht tegen de intrekking van de vvtv van eiseres kan deze overweging thans geen stand houden, het beroep is in zoverre gegrond. De rechtbank merkt op dat het toetsingskader van artikel 8 EVRM ruimer is dan het nationale beleid inzake gezinshereniging zodat het ontbreken van middelen niet in dezelfde mate mag worden tegengeworpen. Bij het nieuw te nemen besluit zal verweerder derhalve in het kader van de belangenafweging gewicht dienen toe te kennen aan de uitzichtloze situatie van de echtgenoot van eiseres voor wat betreft het in de toekomst gaan voldoen aan het middelenvereiste. De echtgenoot van eiseres is immers vrijgesteld van de plicht om te solliciteren in verband met zijn slechte lichamelijke gezondheid en is reeds 58 jaar oud.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen