Rb. 's-Gravenhage 20 september 2001, ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6571

Irak / bloedwraak. Indien al van de geloofwaardigheid van eisers relaas dient te worden uitgegaan houdt het motief van de bloedwraakactie geen verband met een der (limitatief opgesomde) gronden van het Vluchtelingenverdrag. De omstandigheid dat eiser wordt gezocht door de vader van een lid van de Islamitische Beweging, leidt niet tot een ander oordeel. Uit de verklaringen van eiser valt immers niet af te leiden dat eiser problemen heeft met de Islamitische Beweging als zodanig. De rechtbank is voorts niet gebleken dat de door eiser gestelde problemen zijn te herleiden tot een politiek religieus conflict. Ook anderszins valt niet uit de verklaringen van eiser af te leiden dat de omstandigheid dat leden van de Islamitische Beweging naar hem op zoek zijn een andere achtergrond heeft dan bloedwraak. In de bestreden beschikking is echter onvoldoende gemotiveerd dat eiser bij terugkeer niet een reëel risico op een wrede of onmenselijke behandeling loopt. De informatie uit de ambtsberichten van maart 1998 en april 2000 bieden enerzijds grond voor de conclusie dat in de sfeer van bloedwraak een met artikel 3 EVRM strijdige bejeging voorkomt en anderzijds onvoldoende grond voor de conclusie dat eiser als man betrokken in een buitenechtelijke relatie een dergelijk lot niet beschoren zal zijn en evenmin dat de de facto overheid daartegen bescherming zal bieden. Beroep gegrond, inzake niet inwilligen aanvragen om toelating, beroep ongegrond inzake niet verlengen vvtv, afwijzing verzoek.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen