Rb. 's-Gravenhage 31 mei 2001, ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6192
Mvv / gelegaliseerde geboorteakte / inherente afwijkingsbevoegdheid Het beroep tegen de handhaving van de weigering om afgifte van een mvv voor verblijf bij echtgenoot is bij uitspraak van 18 januari 2001 gegrond verklaard, omdat verweerder niet in redelijkheid heeft kunnen komen tot het besluit geen gebruik te maken van zijn inherente afwijkingsbevoegdheid. De afgeleide eis van een gelegaliseerde geboorteakte heeft geen toegevoegde waarde en is voor eiseres, een Nigeriaanse, onreedelijk bezwarend. Het bezwaar is wederom ongegrond verklaard. De rechtbank overweegt het volgende. Niet is gebleken van een adequate belangenafweging tussen enerzijds het belang van eiseres bij afgifte van een mvv en anderzijds het algemeen belang van verweerder. De belangenafweging in het kader van artikel 8 EVRM is daartoe onvoldoende. Verweerders stelling dat eiseres op onjuiste gronden toegelaten is tot het hier te lande afleggen van een beëdigde verklaring ex artikel 1:45, derde lid, BW, aangezien zij wel beschikt over een (niet gelegaliseerde) geboorteakte, wordt verworpen als juridisch onhoudbaar, nu de geboorteakte door verweerder nu juist wordt aanvaard als rechtsgeldig document in het Nederlandse rechtsverkeer. De rechtbank ziet aanleiding met toepassing van artikel 72, vierde lid, Awb zelf in de zaak te voorzien en verweerder te gebieden ten behoeve van eiseres een mvv af te geven. Beroep gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl