Rb. 's-Gravenhage 23 mei 2001, ECLI:NL:RBSGR:2001:AD5955

SAMENVATTING Overgansrecht / Irak / bloedwraak. Artikel 117 Vw 2000 in samenhang met artikel 40 Vw 2000 brengt mee, dat het bezwaar aangemerkt moet worden als bezwaar tegen de afwijzing van een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 Vw 2000. Op grond van artikel 118, tweede lid, Vw 2000 gaat de president ervan uit dat artikel 32, eerste lid, Vw van toepassing blijft op onderhavig bezwaar zodat in onderhavige procedure derhalve ter beoordeling staat of verweerder destijds op rechtens juiste gronden heeft kunnen beslissen dat uitzetting gedurende de behandeling van het bezwaar niet achterwege zal worden gelaten. De president zal derhalve toetsen of de uitzetting van verzoeker verboden moet worden omdat er in redelijkheid twijfel over kan bestaan dat geen aanspraak bestaat op verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, dan wel of er wegens andere bijzondere belangen een voorziening moet worden getroffen. De president beschouwt artikel 33b Vw, niet als een bepaling die ziet op de behandeling van een bezwaarschrift want daar gaat het kort gezegd om de bevoegdheid van een gerecht, te weten de president of de rechtbank, om het bezwaarschrift kort te sluiten. Er is geen overgangsrecht dat die bevoegdheid in stand laat na 1 april 2001. Dit betekent dat na 1 april 2001 geen gebruik gemaakt kan worden van de bevoegdheid die artikel 33b Vw gaf. Verzoeker is geen verdragsvluchteling in de zin van artikel 29 Vw 2000. Verzoeker vreest voor bloedwraak. Niet aannemelijk is dat de KDP verzoeker niet kan of wil beschermen tegen de gestelde dreiging van bloedwraak. Uitzetting brengt geen schending van artikel 3 EVRM mee. Afwijzing verzoek.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen