Rb. 's-Gravenhage 20 september 2001, ECLI:NL:RBSGR:2001:AD5863
Somalië / Reer Hamar / vestigingsalternatief. Verzoeker behoort tot de bevolkingsgroep van de Reer Hamar in Somalië en stelt zich op het standpunt dat zijn vvtv ten onrechte niet is verlengd. De president overweegt dat het ambtsbericht van 16 februari 2000, waarop het gewijzigde vvtv-beleid ten aanzien van de Reer Hamar hoofdzakelijk is gebaseerd, slechts summiere informatie bevat over de verblijfssituatie van de Reer Hamar in de vluchtelingenkampen in Puntland en in het geheel geen informatie bevat over de situatie of verblijfsmogelijkheden van Reer Hamar elders in Somalië. Aangezien dit ambtsbericht nauwelijks meer informatie bevat over de positie van de Reer Hamar dan over die van de Rahanweyn en de Digil, ten aanzien van wie het vvtv-beleid wél is gehandhaafd, is onduidelijk waarom tussen deze bevolkingsgroepen in het vvtv-beleid een verschil wordt gemaakt. Voorts zijn er in andere bronnen, waaronder rapporten van de UNHCR en Amnesty International, aanwijzingen te vinden op grond waarvan getwijfeld kan worden aan het bestaan van een binnenlands vestigingsalternatief voor de Reer Hamar. Naar het oordeel van de president heeft verweerder de aanwezigheid van een binnenlands vestigingsalternatief voor de Reer Hamar onvoldoende onderbouwd. Toewijzing verzoek.
De uitspraak op rechtspraak.nl