Rb. 's-Gravenhage 9 oktober 2001, ECLI:NL:RBSGR:2001:AD5748
Mvv / gezinshereniging / feitelijke gezinsband. De rechtbank staat in de eerste plaats voor de vraag of eisers, met Kaapverdische nationaliteit, zijn opgenomen in een ander gezin. Het antwoord is bevestigend. De rechtbank verstaat het beleid van verweerder aldus dat met 'opname in een ander gezin' is beoogd de situatie waarin de kinderen niet langer verblijven in het gezin waarvan ook de ouder deel uitmaakte tot het moment waarop deze het land verliet. Het feit dat eisers vanaf het vertrek van hun moeder niet de gehele periode bestendig verblijf hadden in één concreet gezin doet er niet aan af dat zij onweersproken niet meer hebben behoord tot het kerngezin waarvan ook referente deel uitmaakte. Vervolgens is de vraag aan de orde of het verblijf in het andere gezin ook een duurzaam karakter heeft gehad. Blijkens uitspraak AWB 00/64047 van de rechtbank Haarlem d.d. 16 juli 2001 heeft verweerder verklaard dat het bij dit onderdeel van het beleid vooral aankomt op de voortdurende intentie van de ouder om het kind zo spoedig mogelijk naar Nederland te laten komen. Het moet daarbij gaan om een objectiveerbare intentie. Eventuele beletselen voor gezinshereniging zoals het ontbreken van een vtv voor de ouder moeten zo snel mogelijk door de ouder weggenomen worden. Indien dit niet lukt moet er een keuze worden gemaakt tussen hetzij terugkeren naar het land van herkomst, hetzij berusten in de situatie dat de opname van het kind in het andere gezin een duurzaam karakter krijgt. De rechtbank acht dit beleid en de uitleg ervan door verweerder gegeven niet onredelijk. In het onderhavige geval hebben eisers naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende aangetoond dat referente na haar vertrek uit haar land van herkomst voortdurend de objectieve intentie heeft gehad om eisers te laten overkomen. De rechtbank constateert dat referente per 13 januari 1993 in het bezit is gesteld van een vtv. Dat was dus het moment waarop het beletsel voor gezinshereniging, geen legaal verblijf in Nederland, was weggenomen. Het is de rechtbank niet gebleken dat referente vervolgens zo spoedig mogelijk een mvv-aanvraag heeft ingediend. Dat relatieproblemen referente belemmerden om een eerdere aanvraag te doen is geen objectief beletsel. De rechtbank heeft er op zich wel oog voor dat referente op dat moment afhankelijk was van haar partner voor haar vtv en zij wil ook wel aannemen dat referente in haar hart wel steeds de overkomst van eisers heeft gewild. Niettemin acht zij het niet onbegrijpelijk dat verweerder in zijn beleid op dit punt gemeend heeft een zekere objectivering van het intentiecriterium te hanteren. Met dit beleid als uitgangspunt is de rechtbank van oordeel dat referente na verloop van tijd een keuze had moeten maken om hetzij terug te keren naar haar kinderen, hetzij zich te schikken in haar lot. De beslissing van referente op dat moment om niet terug te keren naar haar land van herkomst had dan ook tot gevolg dat de situatie van eisers in hun land van herkomst niet meer als tijdelijk kon worden beschouwd. Op grond van het voorgaande komt de rechtbank tot de conclusie dat er sprake is van duurzame opneming in een ander gezin van eisers. De rechtbank komt dan toe aan de vraag of verweerder op goede gronden heeft geconcludeerd dat referente ook niet meer heeft voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding en/of dat zij niet meer met het gezag was belast. De rechtbank is van oordeel dat eisers onvoldoende hebben aangetoond dat referente sinds haar vertrek uit haar land van herkomst onafgebroken heeft voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding van eisers, alsmede dat zij onafgebroken belast is gebleven met het gezag over eisers. Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de feitelijke gezinsband tussen eisers en referente is verbroken. Beroep ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl