Rb. 's-Gravenhage 10 mei 2001, ECLI:NL:RBSGR:2001:AD5469
SAMENVATTING Bewaring / staandehouding / redelijk vermoeden illegaal verblijf. In casu gaat het om de beoordeling van de rechtmatigheid van de controle van inzittenden van een voertuig. Wijziging in het criterium tot staandehouding in artikel 50, eerste lid, Vw 2000 ten opzichte van de formulering van artikel 19, eerste lid, Vw kan ertoe leiden dat thans ook in bepaalde gevallen inzittenden van voertuigen aan controle worden onderworpen. Een dergelijk geval zou zich kunnen voordoen, zoals blijkt uit hoofdstuk A3/2.3.3 Vc 2000, wanneer bij een verkeerscontrole blijkt dat de bestuurder illegaal verblijft in Nederland. In casu heeft de bestuurder zich geïdentificeerd met een W-document waaruit zijn rechtmatig verblijf blijkt. Gelet hierop kan niet gezegd worden dat er sprake is van feiten en omstandigheden die, naar objectieve maatstaven gemeten, een redelijk vermoeden van illegaal verblijf opleveren ten aanzien van de overige inzittenden, zoals bedoeld in artikel 50, eerste lid, Vw 2000. Derhalve waren de verbalisanten niet bevoegd de inzittenden van de bedrijfsauto naar identiteitspapieren te vragen.
De uitspraak op rechtspraak.nl