Rb. 's-Gravenhage 21 mei 2001, ECLI:NL:RBSGR:2001:AD5425
SAMENVATTING Albanezen Kosovo / vvtv-beleid / beslistermijn. Verweerder heeft bij besluit van 17 mei 1999 aan eiser, een etnische Albanees uit Kosovo, een vvtv verleend. Daarbij is meegedeeld dat, onder toepassing van artikel 15e, tweede lid, Vw, de beslissing op de aanvraag om toelating als vluchteling zal worden opgeschort met één jaar. Eisers bezwaar richt zich uitsluitend tegen de opschorting van de beslistermijn. De rechtbank oordeelt dat de opschortingsbeslissing is aan te merken als een procedurebeslissing, genomen in het kader van de voorbereiding van de beslissing op de aanvraag. Derhalve is de opschortingsbeslissing ingevolge artikel 6:3 Awb in beginsel niet vatbaar voor bezwaar. Vervolgens oordeelt de rechtbank dat haar niet is gebleken dat eiser, los van de voor te bereiden beslissing op zijn aanvraag om toelating, door de opschortingsbeslissing rechtstreeks in zijn belang is getroffen. Het beroep is gegrond omdat verweerder eiser ten onrechte in zijn bezwaar heeft ontvangen. Onder toepassing van artikel 8:72, vierde lid, Awb verklaart de rechtbank het bezwaar niet-ontvankelijk.
De uitspraak op rechtspraak.nl