Rb. 's-Gravenhage 24 april 2001, ECLI:NL:RBSGR:2001:AB2689

Bij mandaatverlening met terugwerkende kracht moet het bevoegdheidsgebrek geacht worden niet te hebben bestaan. Eerder toegekend voorschot van f. 20.000,- teruggevorderd en aanvraag alsnog afgewezen, omdat schade en kosten niet meer bedragen dan het vastgestelde minimumbedrag van f. 2.000,-. Bij het bestreden besluit heeft de regiomanager van LASER namens verweerder het bezwaar ongegrond verklaard. Rechtbank: Het bestreden besluit van 12 juli 2000 behelst de beslissing op het bezwaar tegen het besluit van 27 augustus 1999, waarbij de teammanager van LASER namens verweerder de aanvraag van eiseres heeft afgewezen en het betaalde voorschot heeft teruggevorderd. Voorzover de beslissing op het bezwaar betrekking heeft op de terugvordering van het betaalde voorschot, was de regiomanager ten tijde van die beslissing niet bevoegd om namens verweerder te beslissen. Nu echter ter zake het Besluit mandaat LASER bij besluit van 16 oktober 2000 is gewijzigd en aan dit besluit terugwerkende kracht tot en met 1 augustus 1999 is verleend, is het bevoegdheidsgebrek hersteld. Anders dan bij een bekrachtiging achteraf van een in gepretendeerd mandaat genomen besluit, welke bekrachtiging niet afdoet aan het feit dat het besluit onbevoegd is genomen, moet bij mandaatverlening met terugwerkende kracht het bevoegdheidsgebrek geacht worden niet te hebben bestaan. Gesteld noch gebleken is dat er een rechtsregel is die zich tegen verlening van terugwerkende kracht in een geval als het onderhavige verzet. Het bestreden besluit is bevoegdelijk is genomen. De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, verweerder. mr. E.J.M. Heijs Uitspraak bevestigd in hoger beroep; LJN AE5077.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen