Rb. 's-Gravenhage 26 maart 2001, ECLI:NL:RBSGR:2001:AB2416
Somalië / Abgal / vvtv. Verweerder beroept zich op haar beleid dat vanaf 10 februari 1997 leden van de Abgalclan (waartoe eiseres behoort) niet in aanmerking komen voor een vvtv. De rechtbank is van oordeel dat verweerder daarmee geheel voorbij gaat aan de ontwikkelingen die zich sedert genoemde datum hebben voorgedaan. Deze ontwikkelingen zijn uitgemond in de REK-uitspraak van 3 juni 1999. Verweerder heeft in eigen bewoording (in werkinstructie 185a) uit de betrokken REK-uitspraken de conclusie getrokken dat deze "gelet op de motivering ook betrekking hebben op het beleid zoals dat gold sedert verweerder op 20 november 1998 de Tweede Kamer heeft geïnformeerd". Werkinstructie 185a (datum 17 januari 2000) vermeldt dat de Abgalclan een veilig woongebied heeft in de provincie Mudug. Dit wordt herhaald in het ambtsbericht van 16 februari 2000 over Somalië, en op grond hiervan wordt (opnieuw) tot een beleidswijziging beslist ten aanzien van de vvtv-verlening aan onder meer clans van de clanfamilie Hawiye. Deze beleidswijziging is neergelegd in een brief aan de voorzitter van de Tweede Kamer van 3 april 2000. Strikt genomen is eerst met ingang van laatst vermelde datum de gelding van meervermelde REK-uitspraak uitgewerkt. Vaststaat dat verweerder niet binnen de gestelde termijnen op het bezwaarschrift heeft beslist. Als verweerder aan de termijnen had voldaan, had eiseres kunnen "meeliften" met bovenvermelde casus van de REK, en het lijdt geen twijfel dat ook zij in aanmerking was gekomen voor een vtv. Dat eiseres deze weg zou hebben gevolgd blijkt uit haar verzoek om voorrang. Niet kan worden aanvaard dat eiseres de dupe wordt van het feit dat verweerder in de praktijk van deze wettelijke termijnen afwijkt. Het bestreden besluit is onvoldoende gemotiveerd en de beslissing rust op een onjuiste feitelijke grondslag. De rechtbank gaat er zonder meer van uit dat eiseres - evenals de eiseres in de zaak die tot voormelde REK-uitspraak heeft geleid - in aanmerking komt voor verlenging van haar vvtv met een jaar, en mitsdien vervolgens voor een vtv zonder beperking. Beroep gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl