Rb. 's-Gravenhage 1 februari 2001, ECLI:NL:RBSGR:2001:AB2404

Mvv-aanvraag / feitelijke gezinsband. Referente heeft ten behoeve van haar twee minderjarige Surinaamse zonen een aanvraag om verlening van een mvv ingediend. Hierop is afwijzend beslist. Verweerders uitleg van het beleid inzake verbreking van de feitelijke gezinsband is in hoofdlijnen niet onredelijk. Het bestreden besluit rust echter deels op een interpretatie van beleidsregels die - althans ten dele - achterhaald is en deels op beleidsregels die nog kenbaar moeten worden gemaakt. Derhalve is er sprake van een motivering die, in strijd met artikel 7:2, eerste lid, Awb niet in voldoende mate kenbaar is geweest. In casu plaatst de rechtbank bovendien enige kanttekeningen bij verweerders uitleg. Uit de uitleg van verweerder volgt dat het kind niet geacht wordt duurzaam te zijn opgenomen in een ander gezin wanneer aannemelijk is geworden dat de intentie van de ouder om het kind naar Nederland te laten overkomen - ondanks belemmeringen in bijvoorbeeld de verblijfsrechtelijke sfeer - toch is blijven voortduren. Niet is betwist of in twijfel getrokken dat referente bij voortduring de intentie heeft gehad om eisers naar Nederland te laten komen en dat eisers kort nadat reëel zicht bestond op de overkomst de mvv-aanvragen hebben ingediend. Gelet hierop is de motivering van verweerder dat de opname wel duurzaam is, omdat referente - kort samengevat - haar verblijf reeds eerder had kunnen regelen, niet begrijpelijk. Om te bepalen in hoeverre een ouder voorziet in het onderhoud van een kind, dienen, gelet op de in het bestuursrecht geldende “vrije bewijsleer”, alle bewijsmiddelen bij de beoordeling te worden betrokken. Gelet hierop had het op verweerders weg gelegen om de vragen in hoeverre referente voorzien heeft in het onderhoud van eisers en gezag over hen heeft gevoerd, aandachtig(er) en met een grotere mate van nauwgezetheid op de hoorzitting van de AC te laten behandelen. De criteria van de draagkracht van de ouder en de behoefte van het kind zijn eerder in lijn met de uitgangspunten van het beleid, dat aansluit bij de feitelijke situatie van het kind in het land van herkomst, dan de normstellingen in de AKW, die de situatie in Nederland als uitgangspunt neemt. Gelet hierop zijn de economische situatie in het land van herkomst en de daarmee samenhangende kosten van opvoeding en verzorging niet zonder meer irrelevant voor de besluitvorming. Verweerder heeft het standpunt van eisers dat zij niet of bezwaarlijk door in het land van herkomst wonende naaste bloed- of aanverwanten kunnen worden verzorgd, niet zonder nadere bespreking kunnen passeren. Beroep gegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen