Rb. 's-Gravenhage 3 april 2001, ECLI:NL:RBSGR:2001:AB2367

Onrechtmatige overheidsdaad / zuiver schadebesluit. Eiser stelt zowel materiële als immateriële schade te hebben geleden als gevolg van een ten onrechte ingetrokken vvtv. Het bezwaar tegen de intrekking vvtv is door verweerder bij besluit van 12 mei 1999 gegrond verklaard. Eiser is met ingang van 6 december 1998 in het bezit gesteld van een vtv. De vreemdelingenkamer is bevoegd kennis te nemen van van het beroep tegen het in het geding zijnde zelfstandig schadebesluit omdat de vreemdelingenkamer ook bevoegd is te oordelen over het beroep tegen het schadeveroorzakend handelen zelf (conform vaste jurisprudentie van de CRvB en Afdeling RvS). Ten aanzien van de vraag of en in welke omvang de schade die een partij lijdt voor vergoeding in aanmerking komt wordt aangesloten bij het civielrechtelijk schadevergoedingsrecht. Dit is in de jurisprudentie van de CRvB bevestigd. In casu wordt het besluit van verweerder waarin eisers vvtv wordt ingetrokken als een onrechtmatig genomen besluit aangemerkt en valt verweerder deze onrechtmatige daad te verwijten.Tevens heeft eiser voldoende aannemelijk gemaakt dat hij, als gevolg van de intrekking van de vvtv, vanaf januari 1999 schade heeft geleden. Niet is voldaan aan het relativiteitsvereiste nu het doel van de verlening van een vvtv bescherming van de vreemdeling is die niet in aanmerking komt voor een vluchtelingenstatus of een vtv maar waarbij gedwongen verwijdering naar het land van herkomst van bijzondere hardheid voor de vreemdeling zou zijn in verband met de algehele situatie aldaar. Vrije toegang van de vvtv-houder tot de arbeidsmarkt in het derde jaar is slechts een neveneffect. Beroep ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen