Rb. 's-Gravenhage 30 maart 2001, ECLI:NL:RBSGR:2001:AB1754
Mvv / gezinshereniging. Referent vraagt om toelating van zijn twee kinderen, eisers, die in Ghana verblijven. De feitelijke gezinsband is verbroken. In geschil is de opvang van eisers in Ghana. Volgens referent kan de moeder wegens psychische problemen niet voor hen zorgen en gaan eisers van opvangadres naar opvangadres. De gemachtigde van eisers heeft bij het gehoor door de AC verzocht om onderzoek door de Nederlandse ambassade in Ghana naar de situatie van eisers. In het verslag van het AC-gehoor wordt vermeld dat over dat verzoek een standpunt zou worden ingenomen. In het bestreden besluit is echter niets over dit verzoek vermeld, terwijl is opgenomen dat het AC-verslag als ingelast moet worden beschouwd. Gelet op de medische verklaringen over de moeder en de omstandigheden, waarin eisers verblijven, had verweerder niet zonder enige motivering voorbij kunnen gaan aan het verzoek van de gemachtigde. Met betrekking tot het beroep op artikel 8 EVRM is de rechtbank van oordeel dat onvoldoende is gemotiveerd dat er geen sprake is van een objectieve belemmering. Referent heeft gesteld dat er sprake is van een objectieve belemmering, aangezien hij de Nederlandse nationaliteit bezit en toelating tot Ghana daardoor niet gewaarborgd is. Verweerder stelt zich zonder nadere motivering op het standpunt dat de Nederlandse nationaliteit van referent geen objectieve belemmering vormt. De rechtbank is dan ook van oordeel dat dit standpunt van verweerder onvoldoende is gemotiveerd. Beroep gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl