Rb. 's-Gravenhage 18 april 2001, ECLI:NL:RBSGR:2001:AB1667
Bewaring / Algemene Termijnenwet. Op 7 april 2001 heeft het Centraal Intakebureau Vreemdelingenzaken (CIV) te Haarlem het beroep van de vreemdeling ontvangen. Gelet op het bepaalde in artikel 94, tweede lid, Vw 2000 ving de termijn van zeven dagen aan op 8 april 2001 en liep deze door tot en met zaterdag 14 april 2001. Ingevolge artikel 1 Algemene Termijnenwet (ATW) wordt een in een wet gestelde termijn die op een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag eindigt, verlengd tot en met de eerstvolgende dag die niet een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag is. Aangezien het maandag 16 april 2001 tweede paasdag was, hoefde de behandeling van het beroep ter zitting niet eerder aan te vangen dan op 17 april 2001. De rechtbank overweegt daarbij dat de genoemde termijn van zeven dagen geen termijn vrijheidsbeneming betreft, als genoemd in artikel 4, aanhef en onder c, van de ATW. De rechtbank is dan ook van oordeel dat is voldaan aan de zeven-dagen-termijn als bedoeld in artikel 94, tweede lid, Vw 2000. Beroep ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl