Rb. 's-Gravenhage 23 januari 2001, ECLI:NL:RBSGR:2001:AB1144
Bewaring / staandehouding / concrete aanwijzingen. De politie heeft bij een onenigheid op straat tussen de vreemdelinge en een man bemiddelend opgetreden. De politie heeft de vreemdelinge naar haar personalia gevraagd en vastgesteld dat zij geen legitimatiebewijs bezat. Vervolgens is zij staandegehouden ex artikel 19, eerste lid, Vw. De rechtbank is van oordeel dat voorafgaande aan de staandehouding geen sprake was van rechtmatig verkregen concrete aanwijzingen van illegaal verblijf. Daarbij is overwogen dat Wet op de identificatieplicht beoogt in een beperkt aantal gevallen een identificatieplicht te scheppen, opgenomen in wetten in formele zin. In casu is geen wet in formele zin aan te wijzen waaraan de verbalisanten de bevoegdheid konden ontlenen om de vreemdelinge op haar identiteit te controleren. Beroep gegrond, toewijzing verzoek om schadevergoeding.
De uitspraak op rechtspraak.nl