Rb. 's-Gravenhage 1 maart 2001, ECLI:NL:RBSGR:2001:AB0926

Objectieve belemmeringen / artikel 8 EVRM. Eiser, van Ghanese nationaliteit en referente, (ex-Ghanees) in het bezit van de Franse nationaliteit, hebben niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van objectieve belemmeringen om het familie- en gezinsleven in Ghana uit te oefenen. Nu referente en eiser geen concrete stappen hebben ondernomen om de mogelijkheden tot toelating en/of vestiging in Ghana te onderzoeken kan niet zonder meer worden aangenomen dat het voor referente niet mogelijk is de Ghanese nationaliteit te herkrijgen dan wel dat referente niet aan de in Ghana geldende voorwaarden voor gezinshereniging zal kunnen (gaan) voldoen. Uit de brieven van de Ghanese autoriteiten blijkt immers niet meer dan dat de mogelijkheid bestaat dat een door een vreemdeling (ex-Ghanees of niet) opgestarte naturalisatie en/of toelatingsprocedure een negatieve uitkomst kan hebben. Uit bedoelde brieven kan geenszins worden afgeleid dat reeds nu kan worden gezegd dat de toelating van eiser en referente in Ghana noodzakelijkerwijs zodanige problemen zal opleveren dat van objectieve belemmeringen moet worden gesproken. Verder valt niet zonder meer in te zien waarom het familie- of gezinsleven niet in Frankrijk, van welk land referente de nationaliteit bezit, zou kunnen worden uitgeoefend. Niet is gebleken dat eiser en referente onderzocht hebben wat de mogelijkheden in dit opzicht zijn. De op dit punt bestaande onduidelijkheid, die er mede toe heeft geleid dat het onderzoek is heropend, is als gevolg van de door eiser betoonde passiviteit volledig blijven voortbestaan. Ook dit gegeven draagt er toe bij dat er in dit geval geen situatie voorligt waarin van (dreigende) schending van artikel 8 EVRM kan worden gesproken. Beroep ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen