Rb. 's-Gravenhage 19 januari 2001, ECLI:NL:RBSGR:2001:AB0662
Bewaring / bevoegdheid geven last tot uitzetting. Er is een last tot uitzetting verstrekt door de inspecteur namens de korpschef. De zaak is aangehouden om verweerder gelegenheid te bieden ondermandaatregeling te overleggen. Op grond van de ondermandaatregeling is genoemde inspecteur naar het oordeel van de rechtbank bevoegd een last tot uitzetting te geven en te ondertekenen. Het standpunt van gemachtigde dat niet de korpschef maar de staatssecretaris als mandaatgever had moeten optreden in de onderhavige ondermandaatregeling, miskent de regeling betreffende de bevoegdheidsverdeling inzake de verstrekking van lasten tot uitzetting zoals die is gegeven in de Vreemdelingenwet en het Vreemdelingenvoorschrift. Artikel 23 Vw bepaalt dat wanneer het verblijf van een vreemdeling in Nederland niet of niet langer is toegestaan, uitzetting geschiedt op last van de minister, die van deze bevoegdheid mandaat kan verlenen aan een ambtenaar belast met de grensbewaking of met het toezicht op vreemdelingen. In artikel 47 VV zijn de gevallen genoemd waarin een last tot uitzetting alleen door de minister kan worden gegeven. Ingevolge artikel 48, eerste lid, VV, voor zover hier van belang, zijn zowel de ambtenaar belast met de grensbewaking als de ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen als de korpschef bevoegd een last tot uitzetting te geven, indien het een vreemdeling betreft van wie het verblijf in Nederland niet langer is toegestaan door het verstrijken van een termijn als genoemd in artikel 8 Vw. In deze gevallen is derhalve sprake van een in het Vreemdelingenvoorschrift neergelegde mandaatregeling. In artikel 49, tweede lid, VV is bepaald dat, in afwijking van het eerste lid, vreemdelingen die met het oog op hun verwijdering in bewaring worden gesteld, niet worden uitgezet alvorens een last tot uitzetting is gegeven, waartoe de korpschef bevoegd is, voor zover de vreemdeling niet behoort tot één van de in artikel 47 VV genoemde categorieën. Ook artikel 49, tweede lid, VV vormt derhalve een in het VV vervatte mandaatregeling. De bevoegdheid tot het geven van de last tot uitzetting berust in casu op artikel 49, tweede lid, VV. Aldus is de korpschef bevoegd de last tot uitzetting te geven. De korpschef mag deze bevoegdheid uit hoofde van artikel 1b, tweede lid, VV ondermandateren aan de onder hem ressorterende ambtenaren, voor zover dat in overeenstemming is met de taak en functie van de betreffende ambtenaar en de aard van de bevoegdheid of een wettelijk voorschrift zich daartegen niet verzet. Uit een en ander volgt dat de onderhavige ondermandaatregeling door de korpschef (als de mandaatgever) kan worden ondertekend. Dat de ondertekening is geschied door de plaatsvervangend korpschef, maakt dit niet anders, nu deze bij ontstentenis van de korpschef in al diens bevoegdheden treedt. Beroep ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl