Rb. 's-Gravenhage 8 december 2000, ECLI:NL:RBSGR:2000:AB0596
Eiseres niet hoofdelijk aansprakelijk nu zij over betreffende periode geen recht op bijstand had. Terugvordering bijstand over de periode 18 oktober 1993 t/m 31 januari 1998 ad fl. 80.331,41 aangezien eiser diens inkomsten en die van eiseres niet heeft gemeld en hiermee niet heeft voldaan aan de inlichtingenplicht ex art. 30.2 ABW en 65.1 Abw. De rechtbank is van mening dat eiseres niet hoofdelijk aansprakelijk gesteld kan worden voor het deel van de vordering van ten onrechte verleende bijstand over de periode 18 oktober 1993 t/m 13 oktober 1997 aangezien de artt. 59a ABW en 84 Abw op haar niet van toepassing zijn. De rechtbank heeft daarbij overwogen dat eiseres gedurende deze periode geen recht op bijstand had. De terugvorderingsgrondslag van de artt. 59a ABW en 84 Abw werden ingevoerd vanuit de overweging dat het als onredelijk werd ervaren dat een verzwegen partner de terugvorderingsdans ontspringt, terwijl hij wel heeft meegeprofiteerd van de ten onrechte verstrekte bijstand (Wet van 15 april 1992, Stb. 193). In casu kan niet gesteld worden dat eiseres gedurende laatstgenoemde periode van de bijstand heeft meegeprofiteerd. De rechtbank is uit de totstandkomingsgeschiedenis evenwel niet gebleken, dat de bepalingen van genoemde artikelen zo uitgelegd dienen te worden dat zij mede betrekking hebben op onderhavige geval. Voor een dergelijke extensieve uitleg ziet de rechtbank geen ruimte en concludeert zij dat de Abw niet voorziet in een terugvordering op eiseres gedurende de periode dat zij geen recht op bijstand had. Commissie Sociale Zekerheid van de gemeente 's-Gravenhage, verweerster. mr. T.M.A. Claessens
De uitspraak op rechtspraak.nl