Rb. 's-Gravenhage 22 november 2000, ECLI:NL:RBSGR:2000:AB0225
Ontbreken beslissing in primo / hoorplicht. Er is niet tijdig beslist op de vtv-aanvraag. Evenmin is tijdig beslist op het bezwaar. Na het instellen van beroep is alsnog een reële beslissing genomen. De rechtbank komt tot het oordeel dat het bezwaar op dit punt kennelijk gegrond is. Dit leidt er echter niet toe dat eiseres op haar bezwaar gehoord had moeten worden. Met het instellen van bezwaar heeft eiseres beoogd dat alsnog op haar aanvraag beslist zou worden, hetgeen in het bestreden besluit is gebeurd. Op grond van artikel 7:3, aanhef en onder d, Awb is er geen aanleiding eiseres te horen. De enkele omstandigheid dat geen besluit in primo is genomen betekent niet dat het bezwaar reeds daarom nimmer kennelijk ongegrond kan zijn. Het ontbreken van een besluit in primo betekent wel dat het besluit op bezwaar, dat derhalve tevens de eerste inhoudelijke beoordeling van de aanvraag betreft, met de uiterste zorgvuldigheid moet worden voorbereid. Met het kennelijk ongegrond verklaren van het bezwaar in een dergelijk geval dient dan ook zeer terughoudend te worden omgegaan. In het onderhavige geval is terecht geconcludeerd dat inhoudelijk sprake is van een kennelijk ongegrond bezwaar. Beroep ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl