Rb. 's-Gravenhage 17 oktober 2000, ECLI:NL:RBSGR:2000:AA9203

Bewaring / presentatie Algerije / voortvarendheid Namens verweerder is meegedeeld dat veel vermeende Algerijnen de Marokkaanse nationaliteit blijken te hebben. Daarom zal tijdens een proefperiode voorafgaande aan de presentatie bij de Algerijnse autoriteiten een voorgesprek met de vreemdeling worden gehouden teneinde aan de hand van dat gesprek te bepalen of daadwerkelijk een presentatie bij de autoriteiten van Algerije zal plaatsvinden. Deze gesprekken worden gehouden door twee IND-medewerkers en een tolk. Op 24 oktober 2000 zal dit gesprek plaatsvinden en aan de hand van de uitkomst zal de vreemdeling eventueel diezelfde middag bij de Algerijnse autoriteiten worden gepresenteerd. De rechtbank is van oordeel dat verweerder niet met de vereiste voortvarendheid te werk is gegaan daar hij tussen 11 september 2000 en 17 oktober 2000 nauwelijks meer heeft gedaan dan de vreemdeling op 26 september 2000 voor presentatie aan te melden bij de Algerijnse autoriteiten. De rechtbank kan billijken dat de planning van de Algerijnse autoriteiten een gegeven is waar verweerder niet veel invloed op kan uitoefenen. Niet valt echter in te zien - zeker in deze proefperiode - waarom het voorgesprek dient plaats te hebben op de presentatiedag. Op deze wijze dreigt bij de uitkomst: geen Algerijn kostbare tijd verloren te gaan. Zeker in het onderhavige geval, waarin sedert 13 september 2000 de dag waarop de vreemdeling aanvullend is gehoord niets noemenswaardig met de vreemdeling is gebeurd, was er alle aanleiding het voorgesprek naar voren te halen. Beroep gegrond, verzoek om schadevergoeding afgewezen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen