Rb. 's-Gravenhage 25 juli 2000, ECLI:NL:RBSGR:2000:AA6788

Aanvulling beleid afstandscriteria Wet op de Geneesmiddelenvoorziening zonder nadere motivering onbegrijpelijk. Vergunningverlening aan huisartsen tot het uitoefenen van de artsenijbereidkunst ex art. 6.4 en art. 6.5 van de Wet. Vaste jurisprudentie is dat aan de Wet de doelstelling ten grondslag ligt dat de geneesmiddelenvoorziening, in het belang van de volksgezondheid, in de eerste plaats en bij voorkeur door een apotheker dient te geschieden. Beoogd is de arts een aanvullende tak op het gebied van de geneesmiddelenvoorziening toe te kennen en wel in die gevallen, waarin die voorziening door de apotheker niet of niet voldoende is gewaarborgd. Bij beantwoording van de vraag of de geneesmiddelenvoorziening al dan niet voldoende is gewaarborgd, hanteert de Minister afstandscriteria. Volgens vaste jurisprudentie is het beleid ter zake op zichzelf niet onredelijk of anderszins onaanvaardbaar. Bij het bestreden besluit is de Minister afgestapt van het uitgangspunt dat een apotheker de patiënten bedient die minder dan 3,5 km van zijn apotheek af wonen op de grond dat door de huisartsen was aangetoond dat zonder het betrokken gebied een kwalitatief en financieel gezonde doktersapotheek niet haalbaar is. Ter zitting heeft de Minister aangegeven dat het hier een op voortschrijdend inzicht gebaseerde beleidsaanvulling betreft. Op de vraag hoe deze beleidsaanvulling zich verdraagt met het vaste beleid en welk beleid, naar ter zitting is bevestigd, ook in deze zaak wordt gehandhaafd, is de Minister ter zitting het antwoord schuldig gebleven. Gelet hierop en nu moet worden vastgesteld dat de beslissing haaks staat op het primaat van de apotheker als doelstelling van de Wet en het tot dusver in verband daarmee gehanteerde beleid, wordt het standpunt van de Minister dat het hier gaat om een aanvulling van het beleid onder handhaving van de eerder geformuleerde uitgangspunten, zonder nadere motivering onbegrijpelijk. Vernietigt de aangevallen uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage, ELROnummer AA4827, voor zover daarbij de Minister is opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de overwegingen van de rechtbank en draagt de Minister op met inachtneming van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen. De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, verweerder mrs. P. van Dijk, B. van Wagtendonk, R.R. Winter

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen