Rb. 's-Gravenhage 23 mei 1995, ECLI:NL:RBSGR:1995:ZA6084
AC-procedure / Grenshospitium. Niet zeker is dat eiser de Egyptische nationaliteit heeft. Van 6 tot 11 april 1995 is de bewaring van eiser ten uitvoer gelegd op een politiebureau. Vanaf 19 april 1995 heeft eiser in het Grenshospitium verbleven. In de tussenliggende periode is de bewaring van eiser ten uitvoer gelegd in de passantenverblijven voor mannen, deel uitmakend van het cellencomplex van het district van de Koninklijke Marechaussee Luchtvaart te Schiphol. Niet in geschil is dat laatstgenoemde ruimte geen politiebureau is, noch een huis van bewaring. Derhalve is de vraag aan de orde of de ruimte waar de bewaring van eiser tussen 11 en 19 april 1995 heeft plaatsgevonden is aan te merken als een ruimte of plaats als bedoeld in artikel 7a, derde lid, of 18b, eerste lid, Vw. Uit artikel 7a, vierde lid, Vw jo artikel 1 van het Reglement regime grenslogies volgt dat een ruimte of plaats als bedoeld in artikel 7a, derde lid, Vw als zodanig dient te zijn aangewezen door verweerder. Verweerder heeft meegedeeld dat de plaats waar eiser tussen 11 en 19 april 1995 heeft verbleven niet is aangewezen als plaats bedoeld in artikel 1 van het hiervoor bedoelde reglement. Nu evenmin in geschil is dat geen sprake is van een ruimte of plaats als bedoeld in artikel 18b, eerste lid, Vw heeft de bewaring van eiser van 11 tot 19 april 1995 niet plaatsgevonden in een ruimte of plaats als voorgeschreven in artikel 84, eerste lid, Vb. Hieruit volgt dat de toepassing van de vrijheidsontnemende maatregel met ingang van 11 april 1995 in strijd met de wet ten uitvoer is gelegd. Derhalve is er aanleiding het beroep gegrond te verklaren en de vrijheidsontnemende maatregel op te heffen. Dat eiser vanaf 19 april 1995 in het Grenshospitium heeft verbleven doet daar niet aan af. Dit kan de onrechtmatigheid van de bewaring in de daarvoor liggende periode immers niet helen. Het betoog van verweerder dat de plaats waar eiser tussen 11 en 19 april 1995 heeft verbleven materieel wel met een plaats als bedoeld in artikel 7a, derde lid, Vw is te vergelijken, doet aan het vorenstaande niet af. Gelet op de aard van de aan de orde zijnde maatregel, vrijheidsontneming, dient strikte toepassing gegeven te worden aan de regels. Beroep gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl