Rb. Rotterdam 4 augustus 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:9577

In deze uitspraak beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening tegen een last tot onmiddellijke onthouding van de beroepsactiviteiten (LOOB) op grond van de Wet BIG. De IGJ heeft bepaald dat verzoekster haar werkzaamheden als huisarts voorlopig niet meer mag verrichten totdat het Regionaal tuchtcollege voor de Gezondheidszorg heeft geoordeeld over de zaak. De IGJ heeft daarnaast besloten een zakelijke weergave van de LOOB openbaar te zullen maken. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft de IGJ zich terecht bevoegd geacht tot het opleggen van de LOOB en hoefde de IGJ niet af te zien van het opleggen van de LOOB. De voorzieningenrechter is verder van oordeel dat de zakelijke weergave van de LOOB openbaar mag worden gemaakt.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen