Rb. Rotterdam 8 juni 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:9328

Kort geding. Nakomingsvordering (meewerken verkoop woning). Toewijzing. De vordering komt de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Tekst

RECHTBANK Rotterdam
Team handel en haven
Zaaknummer: C/10/719700 / KG ZA 26-467
Vonnis in kort geding van 8 juni 2026
in de zaak van
[eiseres] ,
wonend te [woonplaats] ,
eisende partij,
advocaat: mr. M.G. Pittaluga,
tegen
[gedaagde] ,
wonend te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
niet verschenen.
Partijen worden hierna de vrouw en de man genoemd.

1 De procedure

1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding met tien bijlagen;
de mondelinge behandeling van 1 juni 2026.

2 De vorderingen

2.1 De vrouw vordert dat de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
de man veroordeelt om binnen 24 uur na betekening van het in deze te wijzen vonnis volledige en onvoorwaardelijke medewerking verleent aan alle handelingen die noodzakelijk zijn voor de verkoop en levering van de voormalige echtelijke woning aan derden, waaronder begrepen maar niet beperkt tot het toelaten van de makelaar, kandidaat-kopers, taxateurs, bouwkundigen en andere door de vrouw of de makelaar ingeschakelde derden tot de woning ten behoeve van bezichtigingen, inspecties, taxaties en overige verkoopwerkzaamheden, alsmede het dulden van plaatsing van een verkoopbord en het verstrekken van vrije toegang tot de woning op door de makelaar in redelijkheid aan te geven tijdstippen, zulks op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag of dagdeel dat de man hiermee geheel of gedeeltelijk in gebreke blijft, met een maximum van € 25.000,00;
de man veroordeelt om de woning aan [adres] te ( [postcode] ) [plaats] , met al het zijne en al degenen die zich daarin met zijn toestemming bevinden, uiterlijk veertien (14) dagen vóór de geplande leveringsdatum volledig te ontruimen en volledig leeg en bezemschoon, vrij van gebruik en ter vrije beschikking van de koper te stellen, op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag of dagdeel dat hij daarmede in gebreke blijft, tot een maximum van € 25.000,00;
indien de man niet tijdig aan voormelde veroordeling tot ontruiming voldoet, de ontruiming zo nodig wordt bewerkstelligd door een deurwaarder met behulp van de sterke arm van politie en justitie.

3 De beoordeling

3.1 De voorzieningenrechter verleent verstek tegen de man. Hij is namelijk niet verschenen in de procedure, terwijl bij zijn oproeping in deze zaak alle wettelijke termijnen en regels zijn gevolgd.

3.2 Het spoedeisend belang van de vrouw bij haar vorderingen volgt uit haar stellingen in de dagvaarding en wat daarover is besproken tijdens de mondelinge behandeling.

Vordering 1. en 2. worden toegewezen

3.3 Vordering 1. en vordering 2. komen de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zullen worden toegewezen. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de vrouw gemeld dat de Belastingdienst inmiddels beslag heeft gelegd op de woning. De Belastingdienst heeft aangegeven het beslag op te heffen zodra de makelaar de verkoop kan voortzetten, zodat de Belastingdienst zich kan verhalen op de overwaarde (verwachte overwaarde is € 200.000,00), aldus de vrouw. Hiermee wordt het spoedeisend belang temeer onderschreven.

Vordering 3. wordt afgewezen

3.4 Met vordering 3. vordert de vrouw dat de voorzieningenrechter de deurwaarder machtigt om met behulp van de sterke arm van politie en justitie de man dwingt tot ontruiming. De vrouw kan echter met dit vonnis een deurwaarder de opdracht geven om het vonnis ten uitvoer te leggen (en in dat kader executoriale maatregelen (doen) treffen). Daar is geen afzonderlijke machtiging of toestemming van de voorzieningenrechter voor nodig waardoor de vrouw geen belang heeft bij deze vordering. Daarom wordt vordering 3. afgewezen.

De man moet de proceskosten betalen

3.5 Het uitgangspunt in zaken tussen voormalige echtgenoten is dat de proceskosten worden gecompenseerd. Dit betekent dat iedere partij de eigen proceskosten moet betalen. De voorzieningenrechter ziet in de omstandigheden van deze zaak echter aanleiding om van dat uitgangspunt af te wijken. Immers, in de beschikking van de rechtbank Rotterdam van 1 juli 2025 is bepaald dat de man zijn medewerking moet verlenen aan de verkoop van de woning aan een derde. Die beschikking komt de man niet na, ondanks de pogingen van de vrouw daartoe. Daarom wordt de man veroordeeld in de proceskosten. Omdat de vrouw procedeert op basis van een toevoeging op grond van de Wet op de rechtsbijstand is er geen wettelijke grondslag voor een veroordeling wat betreft de dagvaardingskosten, zodat de proceskostenveroordeling alleen ziet op het griffierecht, het salaris van de advocaat van de vrouw en de nakosten. De proceskosten van de vrouw worden begroot op:
- griffierecht € 93,00
- salaris advocaat € 760,00 (tarief eenvoudige zaak)
- nakosten € 189,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 1.042,00

4 De beslissing

De voorzieningenrechter

4.1 verleent verstek tegen de man;

4.2 veroordeelt de man om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis volledige en onvoorwaardelijke medewerking te verlenen aan alle handelingen die noodzakelijk zijn voor de verkoop en levering van de voormalige echtelijke woning aan derden, waaronder begrepen maar niet beperkt tot het toelaten van de makelaar, kandidaat-kopers, taxateurs, bouwkundigen en andere door de vrouw of de makelaar ingeschakelde derden tot de woning ten behoeve van bezichtigingen, inspecties, taxaties en overige verkoopwerkzaamheden, alsmede het dulden van plaatsing van een verkoopbord en het verstrekken van vrije toegang tot de woning op door de makelaar in redelijkheid aan te geven tijdstippen, zulks op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag of dagdeel dat de man hiermee geheel of gedeeltelijk in gebreke blijft, met een maximum van € 25.000,00;

4.3 veroordeelt de man om de woning aan [adres] te ( [postcode] ) [plaats] , met al het zijne en al degenen die zich daarin met zijn toestemming bevinden, uiterlijk veertien (14) dagen vóór de geplande leveringsdatum volledig te ontruimen en volledig leeg en bezemschoon, vrij van gebruik en ter vrije beschikking van de koper te stellen, op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag of dagdeel dat hij daarmede in gebreke blijft, tot een maximum van € 25.000,00;

4.4 veroordeelt de man in de proceskosten van € 1.042,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als de man niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet de man € 98,00 extra betalen, plus de kosten van betekening;

4.5 verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

4.6 wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Th. Veling en in het openbaar uitgesproken op 8 juni 2026.
4041/1980

Aangehaalde artikelen