Rb. Rotterdam 8 juni 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:9327
Kort geding. Straat- en contactverbod. Toewijzing. Voldoende aannemelijk dat een eventuele bodemprocedure een zodanige kans van slagen heeft, dat vooruitlopend daarop toewijzing van de voorlopige voorzieningen gerechtvaardigd is.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Tekst
RECHTBANK Rotterdam
Team handel en haven
Zaaknummer: C/10/719603 / KG ZA 26-461
Vonnis in kort geding van 8 juni 2026
in de zaak van
[eiser] ,
wonend te [woonplaats] ,
eisende partij,
advocaat: mr. G. Grijs,
tegen
[gedaagde] ,
wonend te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
niet verschenen.
Partijen worden hierna de vrouw en de man genoemd.
1 De procedure
1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding met drie bijlagen;
de mondelinge behandeling van 1 juni 2026.
2 De vordering
2.1 De vrouw vordert dat voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
I. de man na betekening van dit vonnis verbiedt persoonlijk of via derden telefonisch, schriftelijk of anderszins contact met de vrouw op te nemen, een en ander in de ruimste zin des woords;
II. de man na betekening van dit vonnis verbiedt zich binnen het gemarkeerde gebied te begeven, dat wordt omgrensd door [straat 1] , [straat 2] , [straat 3] en [straat 4] , een en ander conform het gearceerde gebied op de aan de dagvaarding gehechte gebiedskaart dan wel een ander door UEA in goede justitie te bepalen gebied;
III. de man veroordeelt tot betaling van een dwangsom van € 500,00 voor elke dag of gedeelte van de dag dat hij niet voldoet aan de onder I. en II. vermelde verboden, met een maximum van € 10.000,00, dan wel een ander door U.E.A. in goede justitie te bepalen bedrag;
IV. de vrouw machtigt om het ten deze te wijzen vonnis ten uitvoer te doen leggen met behulp van de sterke arm van politie en justitie;
V. en onder bepaling dat eiseres de kosten die zij in verband met de eventuele tenuitvoerlegging verschuldigd zal zijn, op de man kan verhalen;
VI. de man veroordeelt in de kosten van dit geding.
3 De beoordeling
3.1 De voorzieningenrechter verleent verstek tegen de man. Hij is namelijk niet verschenen in de procedure, terwijl bij zijn oproeping in deze zaak alle wettelijke termijnen en regels zijn gevolgd.
3.2 Het spoedeisend belang van de vrouw bij haar vorderingen volgt uit haar stellingen in de dagvaarding en wat daarover is besproken tijdens de mondelinge behandeling.
Vordering I. en vordering II. worden toegewezen
3.3 De vrouw vordert een straat- en contactverbod tegen de man. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de vrouw haar vorderingen desgevraagd toegelicht. Het gaat de vrouw om een straat- en contactverbod voor de duur van zes maanden. Deze beperking in de tijd is volgens haar per abuis niet opgenomen in het petitum van de uitgebrachte dagvaarding.
3.4 Het is de voorzieningenrechter duidelijk geworden dat de man de vrouw niet met rust laat. De vrouw heeft aangegeven dat de man vrijwel dagelijks door haar straat rijdt en haar belt met indringende vragen over haar doen en laten en die van de kinderen. De vrouw heeft in de dagvaarding voldoende concreet onderbouwd dat de man zich zodanig gedraagt dat een inperking van zijn bewegingsvrijheid is gerechtvaardigd.
3.5 Het hulptraject dat thans loopt bij [organisatie] betreft begeleid contact ten aanzien van de kinderen. Hierbij brengt de vrouw de kinderen naar een locatie van [organisatie] in [plaats] , buiten het gebied van het gevorderde straat- en contactverbod. Daar worden de kinderen door een begeleider opgehaald en gebracht naar de man in een andere kamer. Er is dus geen contact nodig tussen de man en de vrouw. Dit betekent dat het toewijzen van het straat- en contactverbod het hulptraject bij [organisatie] niet belemmert. Op basis hiervan wijst de voorzieningenrechter vordering I. en vordering II. toe.
Vordering III. en IV. worden toegewezen
3.6 De voorzieningenrechter wijst de dwangsommen (vordering III.) toe.
In vordering IV. vordert de vrouw (ook) machtiging om dit vonnis ten uitvoer te doen leggen met behulp van de sterke arm van politie en justitie. Gezien de ernst en de duur (sinds 2023) van de situatie en omdat de vrouw de bevoegdheid moet hebben om de hulp van de politie in te roepen bij een overtreding van het contact- en straatverbod, wijst de voorzieningenrechter ook deze vordering toe.
De man wordt veroordeeld in de proceskosten
3.7 Het uitgangspunt in zaken tussen partijen die een affectieve relatie hadden, is dat de proceskosten worden gecompenseerd. Dit betekent dat iedere partij de eigen proceskosten moet betalen. De voorzieningenrechter ziet in de omstandigheden van deze zaak echter aanleiding om van dat uitgangspunt af te wijken. Het gedrag van de man jegens de vrouw geldt namelijk als onrechtmatig handelen. De man wordt daarom veroordeeld in de proceskosten. Omdat de vrouw procedeert op basis van een toevoeging op grond van de Wet op de Rechtsbijstand is er geen wettelijke grondslag voor een veroordeling wat betreft de dagvaardingskosten, zodat de proceskostenveroordeling alleen ziet op het griffierecht, het salaris van de advocaat van de vrouw en de nakosten. De proceskosten van de vrouw worden begroot op:
- griffierecht € 93,00
- salaris advocaat € 760,00 (tarief eenvoudige zaak)
- nakosten € 189,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 1.042, 00
3.8 De vordering onder V. acht de voorzieningenrechter te onbepaald. Deze wordt afgewezen. Dit laat onverlet dat de man wel de zogenoemde nakosten moet vergoeden. Deze zijn al betrokken in de begroting van de proceskosten.
4 De beslissing
De voorzieningenrechter
4.1 verbiedt de man gedurende zes maanden na betekening van dit vonnis persoonlijk of via derden telefonisch, schriftelijk of anderszins contact met de vrouw op te nemen, een en ander in de ruimste zin des woords;
4.2 verbiedt de man gedurende zes maanden na betekening van dit vonnis zich binnen het gebied te begeven, dat wordt omgrensd door [straat 1] , [straat 2] , [straat 3] en [straat 4] , een en ander conform het gearceerde gebied op de aan dit vonnis gehechte gebiedskaart;
4.3 veroordeelt de man tot betaling van een dwangsom van € 500,00 voor elke dag of gedeelte van de dag dat hij niet voldoet aan de onder I. en II. vermelde verboden, met een maximum van € 10.000,00;
4.4 machtigt de vrouw om dit vonnis ten uitvoer te doen leggen met behulp van de sterke arm van politie en justitie;
4.5 veroordeelt de man in de proceskosten van € 1.042,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe; als de man niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet de man € 98,00 extra betalen, plus de kosten van betekening;
4.6 verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
4.7 wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Th. Veling en in het openbaar uitgesproken op 8 juni 2026.
4041/1980