Rb. Rotterdam 9 juli 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:8473
Deze uitspraak gaat over door de minister van VWS aan tabaksproducenten (eiseressen) opgelegde heffingen in verband met de kosten die zijn gemoeid met de verificatie door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) van de teer-, nicotine- en koolmonoxidewaarden (TNCO-waarden) van door eiseressen verhandelde shagtabak en sigaretten. Eiseressen zijn het niet eens met de hoogte van de aan hen opgelegde heffingen. Een van de bezwaren is door de minister niet-ontvankelijk verklaard bij gebrek aan gronden. Een aantal bezwaren zijn door de minister ongegrond verklaard en twee bezwaarschriften zijn door de minister doorgezonden voor rechtstreeks beroep. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de acht in beroep voorliggende besluiten niet in stand kunnen blijven. De beroepen zijn dus gegrond. De minister zal opnieuw op de bezwaren moeten beslissen.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- CBb 28 mei 2026, ECLI:NL:CBB:2026:211
- ABRvS 14 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:251
- ABRvS 1 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2661
- CBb 26 maart 2024, ECLI:NL:CBB:2024:190
- CBb 26 september 2023, ECLI:NL:CBB:2023:474
- CBb 20 oktober 2020, ECLI:NL:CBB:2020:708
- HR 28 juni 2019, ECLI:NL:HR:2019:1048
- ABRvS 12 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1018
- CBb 27 september 2012, ECLI:NL:CBB:2012:BX8815