Rb. Rotterdam 1 mei 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:6234

Omgevingswet. Voorlopige voorziening hangende het bezwaar tegen de verlening van een omgevingsvergunning voor funderingsherstel van een pand. Verzoekster is het daar niet mee eens, omdat zij vindt dat er geen rekening is gehouden met de gevolgen van het bouwplan voor haar woning. Zij stelt een gedeelde fundering te hebben met de woning van vergunninghoudster. Het verzoek is afgewezen. Gelet op het toetsingskader van artikel 8.3b, tweede lid, van het Bkl wordt de omgevingsvergunning alleen verleend als aannemelijk is dat wordt voldaan aan de regels van Hsk 5 van het Bbl. De regels over de constructie zien enkel op het te verbouwen bouwwerk en niet de woning van verzoekster. Er hoeft niet getoetst te worden of aannemelijk is dat voldaan wordt aan de regels van Hsk 7 van het Bbl. Ook is binnen dit toetsingskader geen ruimte om te toetsen aan het Burgerlijk Wetboek.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen