Rb. Rotterdam 24 april 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:5539
Deze uitspraak gaat over een last onder dwangsom die aan eiseres is opgelegd, omdat zij niet zou hebben voldaan aan het stelsel van zorgvuldigheidseisen, als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van Verordening (EU) 995/2010 (de Houtverordening). De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de minister zich ten onrechte, althans ondeugdelijk gemotiveerd, op het standpunt heeft gesteld dat eiseres niet heeft voldaan aan het stelsel van zorgvuldigheidseisen. Dit betekent dat de minister ten onrechte tot de conclusie is gekomen dat eiseres zich schuldig heeft gemaakt aan overtreding van artikel 4.8, eerste lid, van de Wet natuurbescherming, gelezen in samenhang met artikel 4, tweede lid, en artikel 6 van de Houtverordening en haar ten onrechte een last onder dwangsom heeft opgelegd.
De uitspraak op rechtspraak.nl