Rb. Rotterdam 3 april 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:5380
Kort geding. Executiegeschil. Het hof heeft in een tussenbeschikking een voorlopige omgangsregeling vastgesteld die voorziet in de omgang tussen de man en de dochter van partijen. Er bestaat geen aanleiding om de tenuitvoerlegging van de beschikking te schorsen of de voorlopige omgangsregeling te wijzigen. Ook de voorzieningenrechter acht het in het belang van het kind dat het contact met haar vader nu blijvend wordt hersteld.
De uitspraak op rechtspraak.nl