Rb. Rotterdam 1 april 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:3931
Kort geding. Tussen partijen als (indirect) aandeelhouders en bestuurders van de vennootschap is onenigheid ontstaan, waardoor zij zich in een impasse bevinden. Over en weer zijn vorderingen ingediend. De vorderingen van eiseres in conventie worden toegewezen. Gedaagde mag niet zelfstandig overgaan tot ontslag van eiseres als bestuurder, omdat teveel twijfel bestaat over de vraag of de statutaire blokkeringsregeling (aanbiedingsplicht) is getriggerd. De vorderingen van eiseres in reconventie worden afgewezen. Zij moet deze tegen de vennootschap instellen.
De uitspraak op rechtspraak.nl