Rb. Rotterdam 20 februari 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:2282
BC; Wet dieren; voetzoollaesies. Uit het rapport van bevindingen van 29 november 2023 blijkt in onvoldoende mate van een representatief beeld van de vastgestelde voetzoollaesies. Anders dan in de door verweerder aangehaalde uitspraak van 28 januari 2025 van het CBB (ECLI:NL:CBB:2025:53) is geoordeeld, is de mededeling in het rapport dat de bevindingen omstreeks 12.15 uur zijn gedaan te onbepaald, omdat hieruit niet blijkt dat er een tussentijdse pauze heeft plaatsgevonden Zonder vermelding van tijdstippen waarop twee controles hebben plaatsgevonden kan niet worden vastgesteld dat 2 x 50 poten zijn gecontroleerd. Anders dan in het rapport van bevindingen waarop voormelde uitspraak van het CBB ziet is vermeld, volgt uit dit rapport van bevindingen verder niet dat de toezichthoudende dierenarts conform de scorekaart 2 x 50 poten heeft gecontroleerd op de aanwezigheid van voetzoollaesies. Het rapport bevat verder geen omschrijving hoe is vastgesteld dat het bij alle 96 dieren ging om een klasse 2 laesie met een onderhuidse ontsteking. Ter zitting is toegelicht dat de toezichthouder alle pootjes met de hand heeft gepakt en bekeken en zal hebben bevoeld (gepalpeerd) als de laesie van klasse 2 niet direct was te zien. In het rapport is echter niet toegelicht dat de bevindingen op basis van dergelijke handelingen en waarnemingen zijn uitgevoerd. De bevindingen worden evenmin ondersteund door de twee bij het rapport gevoegde foto’s van de twee tellingen. Op die foto’s zijn niet alle pootjes goed te zien en is daarom onvoldoende duidelijk te zien dat het in alle gevallen gaat om pootjes met voetzoollaesie waarbij de opperhuid is aangetast en er sprake is van een onderhuidse ontsteking. Reeds gelet op het voorgaande biedt het rapport van bevindingen van 29 november 2023 onvoldoende basis voor de boete. Beroep gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl